Vragen van de leden Bergkamp en Paternotte aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van infrastructuur en Waterstaat over de behandeling van assistentiehonden door luchtvaartmaatschappijen.

 

  1. Zijn de ministers bekend met het document ‘Reizen met uw assistentiehond’ van KLM?
  2. Hoe wordt in Nederland vastgesteld of een hond een assistentiehond is? Klopt het dat er in Nederland geen officieel accreditatie systeem is voor assistentiehonden zelf? Hoe wordt hier in de praktijk mee omgegaan?
  3. Welke aanvullende informatie, waarnaar verwezen wordt onder de kop ‘Omstandigheden waaronder uw hond kan worden geweigerd’, kan door KLM gevraagd worden om te bevestigen dat het een assistentiehond betreft? Hoe verhoudt zich tot het ‘toelaten van assistentiehonden’ conform artikel 2 lid 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte? Hoe gaan andere luchtvaartmaatschappijen hiermee om?
  4. Naar welke details van de training van assistentiehonden, waarnaar verwezen wordt op het ‘Aanvraagformulier Hulphond in de cabine’, kan gevraagd worden door KLM personeel? Vinden de ministers het redelijk dat een assistentiehondgebruiker van deze details op de hoogte dient te zijn? Hoe gaan andere luchtvaartmaatschappijen hiermee om?
  5. Hoe gaan luchtvaartmaatschappijen om met situaties wanneer er geen geschikte ruimte gevonden kan worden voor een assistentiehond? Klopt het dat assistentiehonden dan in het ruim vervoerd worden? Vinden de ministers dit wenselijk?
  6. Hoe verhoudt de passage: ‘Assistentiehonden in training voldoen nog niet direct aan de juridische definitie van een assistentiehond’ zich tot de ‘assistentiehond’ in artikel 2 lid 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte? Is de passage niet in strijd met het bovengenoemde wetsartikel? Hoe gaan andere luchtvaartmaatschappijen hiermee om?
  7. Betekent de passage: ‘KLM is niet verplicht om een andere passagier op een vlucht te weigeren om een passagier met assistentiehond te kunnen plaatsen’ dat iemand met een assistentiehond geweigerd kan worden? In welke situaties? Hoe gaan andere luchtvaartmaatschappijen hiermee om?
  8. Wat vinden de ministers van het verschil in aanvraagformulieren voor en behandeling van ‘hulphonden’ en ‘emotionele assistentiehonden’? Klopt het dat beide honden vallen onder de term ‘assistentiehond’ zoals vermeld in artikel 2 lid 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte? Is dit verschil toegestaan? Hoe gaan andere luchtvaartmaatschappijen hiermee om?
  9. Wordt er op Nederlandse luchthavens onderscheid gemaakt tussen luchtvaartmaatschappijen en de wijze waarop zij omgaan met assistentiehonden op basis van het land waar zij geregistreerd zijn?
  10. Zijn de ministers het met D66 eens dat er een Europese oplossing moet komen om te voorkomen dat passagiers met assistentiehonden in onwenselijke situaties terechtkomen?
  11. Zijn de ministers bereid om in gesprek te gaan met luchtvaartmaatschappijen, assistentiehond-organisaties en Ieder(in) over de informatievoorziening over en de behandeling van (mensen met) een assistentiehond? Zo ja, kan hij de uitkomsten hiervan voor het jaarlijkse debat over toegankelijkheid sturen? Zo nee, waarom niet?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *